The Psychedelic Furs

Wie met een naam als The Psychedelic Furs in het begin van ’77 in een punkdomein als de Londense Roxy club gaat staan, moet wel zelfmoordneigingen hebben. Nu is de naam enigszins ironisch bedoeld, maar desondanks is de muziek nachtelijk, obsessief en acid-achtig. Met de single Sister Europe geeft de Londense formatie een indrukwekkend visitekaartje af. Het debuutalbum “THE PSYCHEDELIC FURS” bevat invloeden van de Velvet Underground, Bob Dylan en Roxy Music, maar heeft met de klaaglijke vocalen van Butler Rep, de onheilszwangere monotonie en het gekwelde sax-geluid van Duncan Kilburn toch voldoende eigens om niet als epigonisme te worden afgeschreven.

Het tweede album “TALK. TALK. TALK.” is een duidelijke poging om van de ‘cult’-status af te komen en een groter publiek aan te boren. Het typische Furs-geluid klinkt hier aanzienlijk gepolijster en de songs zijn een stuk toegankelijker dan op het debuutalbum.

Het door Todd Rundgren geproduceerde derde album “FOREVER NOW” moet de groep nog meer status en succes brengen. Het verdwijnen van gitarist Roger Morris en saxofonist Duncan Kilburn heeft het geluid van de groep wat verschraald en men denkt dat door te werken met een blazerssectie en een celliste te kunnen compenseren. Van de onheilspellende schoonheid van het begin is niet veel meer over. Daar staat tegenover dat de groep in Amerika op het punt van doorbreken staat. Drummer Vince Ely maakt plaats voor Phil Calvert (ex-Birthday Party), die op zijn beurt het veld moet ruimen zonder een permanente vervanger te krijgen. In plaats daarvan werkt de groep vanaf dat moment met ingehuurde gelegenheidskrachten.

In ’84 heeft de groep in New York een hit met de 12 inch Heartbeat. De door Keith Forsey geproduceerde vijfde elpee “MIRROR MOVES” bevat naast dit nummer ook de single Heaven, die in Europa een bescheiden hit wordt. Filmer John Hughes kiest in ’85 het Furs-nummer Pretty In Pink tot themesong van zijn gelijknamige film. Een nieuwe versie van dit nummer, dat eerder op “TALK. TALK. TALK.” verscheen, is te vinden op het door Chris Kimsey geproduceerde “MIDNIGHT TO MIDNIGHT”. Terwijl de groep in Amerika steeds populairder wordt, moet bij ons in ’87 een concert van de Furs worden afgelast wegens gebrek aan belangstelling.