The Cult

De geschiedenis van The Cult start met de voorjaar ’81 in het Engelse Bradford opgerichte “Southern Death Cult”, die naast Ian Astbury (dan nog: Lindsay) bestaat uit gitarist Buzz (David Burrows), bassist Barry (Jepson) en drummer Aky (Nawaz). Deze formatie verwerft zich met aan zowel Theatre Of Hate als Joy Division verwante muziek, zoals te horen op de independent-hit Moya/Fatman, een onbetwiste leiderspositie in de ‘positive punk’-scene. Na als zodanig door pers en fans voortijdig het graf in geprezen te zijn brengt men postuum het uit teleurstellende live- en demo-opnamen bestaande “THE SOUTHERN DEATH CULT” uit. Terwijl de rest van de band verder gaat als Getting The Fear (met zanger Bee) en zich later opsplitst in de groepen Joy en Into A Circle, zet Astbury de belofte voort onder de naam Death Cult, samen met ex Theatre Of Hate-gitarist Billy Duffy en ex Ritual-leden Jamie Stewart (bas) en Ray Mondo (drums).

Na enkele niet helemaal geslaagde 12-inches, later verzameld op “DEATH CULT”, en een indrukwekkend optreden op Pandora’s Music Box ’83 wordt de naam begin ’84 ingekort tot The Cult en de het land uitgewezen Mondo vervangen door Nigel Preston (ex-Sex Gang Children, ex-Theatre Of Hate). Voorafgegaan door de single Spiritwalker en in een eerste oplage vergezeld van de bonusplaat Dreamtime Live At The Lyceum, ziet in augustus dat jaar het uitstekende debutalbum “DREAMTIME” het licht, een plaat waarop kracht en trots nog steeds de trefwoorden zijn, maar die de galmende pathetiek en catacombenroffels van weleer achter zich heeft gelaten.

Astbury’s preoccupatie met de heroïek der Noordamerikaanse indianen uit zich ook in The Cults zeer gedreven live-show, waarmee de band snel aan populariteit wint. Kort nadat men medio ’85 met de single “She Sells Sanctuary” een eerste (Britse) Top 20-hit scoort, verlaat Preston de groep, die juist op het punt staat het album “LOVE” op te nemen. Big Country-drummer Mark Brzezicki neemt zolang de honneurs waar en mag zodoende delen in de zowel artistieke als commerciële triomf van dit tweede Cult-album, waarmee de band naar een groot publiek weet door te breken. Ook in Nederland, waar men na voorbereidend werk op Pandora’s Music Box ’85, een uitverkocht Vredenburg (januari ’86) en een 50.000 man sterke Pinkpop-meute (mei ’86) aan zijn voeten krijgt.

Begin ’87 rekruteert The Cult nieuwe bassist Kid Chaos, opdat Stewart als tweede gitarist het groepsgeluid meer power kan geven. De noodzaak daarvan blijkt al spoedig uit het nog zonder Chaos opgenomen derde album “ELECTRIC”, een regelrechte ode aan het vroege werk van hardrockpioniers als Led Zeppelin en AC/DC, niet toevallig geproduceerd door Def Jam-banger Rick Rubin, nadat de oorspronkelijke opnames o.l.v. Steve Brown door de groep te soft zijn bevonden.

De bij critici daarom nogal controversiële plaat slaat bij het publiek echter in als een bom en bezorgt de groep met Love Removal Machine zelfs haar eerste Nederlandse hit. De groep is dan al bezig aan een tien maanden durende wereldtournee, gevolgd door een bijna even lange adempauze waarin zowel Chaos als Warner het voor gezien houden. The Manor Sessions, een CD-EP met vijf tracks van de originele Electric-opnamen, gaat vooraf aan het voorjaar ’89 verschijnende vierde album “SONIC TEMPLE”, opgenomen met sessiedrummer Mickey Curry en geproduceerd door Bob Rock. De plaat biedt weinig nieuws maar is vergeleken met “ELECTRIC” wel veel evenwichtiger, hoewel de balans nog steeds uitslaat richting hardrock. De spirituele Cult-aspecten komen evenwel veel beter uit de verf, mede door het gebruik van voorheen Cult-vreemde instrumenten als piano, orgel en cello’s, welke laatste effectief de sfeervolle crossoverhit Edie (Ciao Baby) opsieren. Aansluitend trekt The Cult andermaal de globe rond, voor de gelegenheid aangevuld met sessiekrachten Mark Taylor (toetsen) en Matt Sorum (drums). Na “SONIC TEMPLE” blijft het geruime tijd stil rond The Cult. Stewart trekt zich terug uit de muziek en Sorum verkast naar Guns N’ Roses.

Astbury houdt zich bezig met het organiseren van het Gathering Of The Tribes-festival dat op 13 en 14 oktober ’90 in San Francisco en Los Angeles plaatsvindt, en waaraan o.a. Iggy Pop, The Charlatans en Indigo Girls meedoen. Het recept van deze succesvolle onderneming vormt uiteindelijk de blauwdruk voor het grootschaliger aangepakte Lollapalooza-festival. “CEREMONY”, waarvoor opnieuw de hulp van studiomuzikanten wordt ingeroepen, verschijnt in september ’91 en biedt eindelijk de perfecte balans tussen hardrock en spiritualiteit.

Bij het begin van de nieuwe wereldtournee blijken bassist Kinley Wolfe, drummer Michael Lee (ex-Little Angels), en de reeds op “SONIC TEMPLE” te horen toetsenist John Sinclair aan de band te zijn toegevoegd. Lee wordt in zomer ’92 alweer ontslagen, terwijl eerder dat jaar zijn verre voorganger Nigel Preston overlijdt aan de gevolgen van een drugsverslaving en Ian Astbury trouwt. The Cult staat voor de tweede maal op Pinkpop, ditmaal als afsluiter. Op 6 juni organiseert Astbury in het Londense Finsbury Park zijn eigen Cult In The Park festival, met verder o.a. Ned’s Atomic Dustbin, Pearl Jam, L7, Mercury Rev en Disposable Heroes Of Hiphoprisy. In ’93 bestaat The Cult tien jaar en verschijnt “PURE CULT FOR ROCKERS RAVERS, LOVERS AND SINNERS”, een voorbeeldige bloemlezing. De enige nieuwe track The Witch is een verrassende excercitie in moderne dansbeats en verschijnt in juni op single. Rond dezelfde tijd doet The Cult – naar het zich laat aanzien inmiddels gereduceerd tot het duo Astbury/Duffy plus naamloze begeleiders – een paar korte maar krachtige optredens in het Goffertpark in Nijmegen als support act van Guns N’ Roses. “THE CULT” wordt geproduceerd door Bob Rock en opgenomen met een nieuwe ritmesectie, die bestaat uit bassist Craig Adams (ex-The Mission) en drummer Scott Garrett (ex-Pop’s Cool Love, ex-Weapon Of Choice).

Het album laat een meer rechttoe-rechtaan rockgeluid horen en wordt over het algemeen positief ontvangen. In december ’94 speelt the Cult in de Central Studio’s in Utrecht. In de lente van ’95 wordt eerst de Amerikaanse tournee afgebroken omdat Ian Astbury oververmoeid zou zijn. Vervolgens komt het bericht dat The Cult definitief heeft opgehouden te bestaan.