Talk Talk

Engelse formatie, die zich na een opportunistische start steeds meer ophoudt aan de rand van de popmuziek. Spil Mark Hollis wordt door zijn oudere broer Eddie (van de pubrock-legende Eddie And The Hot Rods) wegwijs gemaakt in de muziek. In de jaren zeventig raakt de Londenaar op deze manier onder de invloed van soul- en blueszangers, met name Otis Redding. Vandaar de mod-achtige new wave van zijn eerste band The Reaction, waarmee hij in de periode ’77/’78 twee singles maakt. Klassieke componisten als Debussy, Satie en Beethoven en de popgroepen Traffic en Pink Floyd komen echter eveneens in zijn lijstje favorieten voor. Het keurslijf van The Reaction knelt teveel en in april ’81 richt hij Talk Talk op, vernoemd naar de eerste Reaction-single. In september van datzelfde jaar treedt de band (zanger Mark Hollis, toetsenman Simon Brenner, bassist Paul Webb en drummer Lee Harris) voor het eerst in Londen op.

Dat concert (in de trendy Blitz-club), een aantal radio-optredens en een door Jimmy Miller geproduceerde demo leveren Talk Talk een platencontract bij EMI op. In december gaat het kwartet als voorprogramma op tournee met Duran Duran en medio ’82 verschijnt het modieuze album “THE PARTY’S OVER”, nadat drie nummers van die plaat het op single al heel redelijk hebben gedaan.

Na een uitgebreide tournee met Elvis Costello door de Verenigde Staten en een aantal concerten in Engeland, trekt Talk Talk zich begin ’83 terug in de studio om het album “IT’S MY LIFE” op te nemen, dat pas in februari ’84 verschijnt. Simon Brenner blijkt te zijn opgestapt; in zijn plaats speelt nu de producer van de plaat, Tim Friese-Greene. Het titelnummer wordt een grote hit in de Verenigde Staten en ook de single Such A Shame bereikt in veel Europese landen de hitstatus. De muziek is nu veel meer op melodie en arrangementen gebaseerd dan de eerste Talk Talk-songs en in plaats van synthesizers spelen akoestische instrumenten een hoofdrol. Wat blijft zijn Hollis’ zeer opvallende, klagerige manier van zingen en zijn intellectualistische teksten. Via uitgebreide concert-tournees breekt Talk Talk in ’84 door naar het grote publiek, wat resulteert in een aantal gouden platen, onder andere een Nederlandse voor “IT’S MY LIFE”.

In ’85 wordt het wat stiller rond het trio dat zich wederom een aantal maanden in de studio heeft teruggetrokken om aan een nieuwe elpee te werken. “THE COLOUR OF SPRING” wordt grotendeels bepaald door de akoestische piano als de spil waar alles om draait, afwisselend bespeeld door Hollis en medecomponist Friese-Greene. “THE COLOUR OF SPRING” heeft wederom veel succes, en terecht. De plaat is een pronkstuk, vol van breekbare emotie en melancholieke sfeerbeelden, verpakt in acht juweeltjes van compositie-en arrangeerkunst.

Twee jaar duurt het vervolgens tot het sublieme “SPIRIT OF EDEN”, een moralistisch conceptalbum. De popmuziek is bijna in haar totaliteit de deur uitgewerkt. De aanpak is klassiek gericht en het instrumentale concept van de langspeler refereert aan componisten als Satie en Debussy en aan de filmische arrangementen van jazzpianist Gil Evans. De teksten van Hollis zijn beschouwend en gaan zowel over de opbouwende als de vernietigende krachten die het leven in deze wereld bepalen. “SPIRIT OF EDEN” wordt door critici als artistiek hoogtepunt erkend maar door de sterk van de poproute afwijkende koers blijven verdere hits uit en de groep deelt mee voorlopig ook niet meer op te treden. De verzamelaar “NATURAL HISTORY: THE VERY BEST OF TALK TALK” toont de eigenzinnige ontwikkeling van de band aan en wordt een groot commercieel succes. Reden voor de platenmaatschappij, waarvan Talk Talk inmiddels afscheid genomen heeft, om zonder toestemming of medewerking van de groep het van schaamteloos winstbejag dampende “HISTORY REVISITED” uit te brengen, waarop het oude materiaal van nieuwe mixes is voorzien.

Talk Talk spant een proces aan tegen EMI, want het label verkoopt “HISTORY REVISITED” als een Talk Talk-album. Maar Hollis zelf beschouwt de plaat niet als zodanig. Deze rechtszaak, een testcase in de muziekindustrie, neemt geruime tijd in beslag. Ondertussen is de groep ingekrompen tot een tweemans-studioproject, waarvan in het najaar van ’91 het wederom weergaloze “LAUGHING STOCK” verschijnt, dat de experimentele lijn van “SPIRIT OF EDEN” voortzet. Hollis, die gelooft in eenvoud, laat horen hoe belangrijk stilte kan zijn in muziek. Zijn organische en sfeerrijke klankbeelden, waarin jazz, klassiek en blues verwerkt zijn, raken steeds verder af van normale popmuziek en worden gekenmerkt door een grote mate van suggestiviteit.