Sisters Of Mercy

Als aanvankelijk zwartgallige post-punkband een belangrijke initiator van het gothic-idioom. The Sisters Of Mercy, vernoemd naar A: een nummer van Leonard Cohen, of B: een nonnen orde (men is er nog steeds niet uit) worden in ’79 in Leeds opgericht door Andrew Eldritch en gitarist Gary Marx, bijgestaan door drummachine Dokter Avalanche. Met tweede gitarist Ben Gunn en bassist Craig Adams wordt in 1982 de single Body Electric opgenomen, een plaat die meteen al het geluid bevat waarmee de groep zich in de daaropvolgende jaren een undergroundreputatie zal verwerven: rauw monotoon gitaargeweld, getoonzet op een donkere discobeat en doorkronkeld met de ongeëvenaarde grafstem van Eldritch.

Diens teksten verhalen op haast onzindelijke wijze over menselijk verval, seksuele aberraties en de dood. In 1984 volgt ex Dead Or Alive-gitarist Wayne Hussey Gunn op. Daarmee wordt een neohippie-element in de band gehaald en Hussey is ook grotendeels verantwoordelijk voor de composities op “FIRST AND LAST AND ALWAYS”, een ijzersterk debuut waarmee de Sisters de cultstatus weten te ontstijgen. Als de plaat begin ’85 verschijnt rommelt het al in de gelederen. Het extensieve toeren en Eldritch’ nog extensievere drugsgebruik eisen hun tol en kort nadat Marx de groep heeft verlaten volgen ook Hussey en Adams. Zowel Eldritch als het duo Hussey/Adams kiezen voor hun vervolgprojecten de naam The Sisterhood maar laatstgenoemden geven na een juridisch steekspel de voorkeur aan The Mission. Met gitarist Simon Hinkler en drummer Mick Brown weten Hussey en Adams met deze formatie een commerciële variant op The Sisters Of Mercy te realiseren.

The Mission meet zich een quasi-romantisch hippie-imago aan en stort zich op meeslepende en breed georkestreerde gitaarmuziek, terwijl de teksten bol staan van de godsdienstige verwijzingen, mythologie en paradijselijke landschappen. Het is allemaal te vinden op Gods Own Medicine maar het gezwollen imago van de groep en de pretentieuze perspraatjes van Hussey dragen er toe bij dat The Mission door velen niet serieus genomen wordt. Tegelijkertijd heeft ook Eldritch het moeilijk: het Sisterhood-debuut “GIFT”, waarop de zangpartijen voor rekening komen van James Ray, valt zwaar tegen en leunt op elektronische discodeunen die erg weinig om het lijf hebben. Met de ook aan “GIFT” bijdragende ex Gun Club-bassiste Patricia Morrison en weer onder de naam The Sisters Of Mercy, slaat Eldritch in ’87 keihard terug met de sterke single This Corrosion. Het daaropvolgende album “FLOODLAND” valt echter wederom tegen.

Desondanks trekt de belangstelling voor de Sisters weer aan en ligt de titanenstrijd met The Mission volledig open. Laatstgenoemden ritselen ex Led Zeppelin-bassist John Paul Jones voor de productie van Children, dat nog pathetischer uitpakt dan Gods Own Medicine en het vooral moet hebben van langgerekte songconstructies à la – toeval? – Led Zeppelins Stairway To Heaven. In ’90, het jaar waarin The Mission het weinig opzienbarende Carvesdinsand uitbrengt en langzaam in de vergetelheid dreigt te raken, zijn The Sisters Of Mercy weer aan zet: Morrison blijkt het veld te hebben geruimd voor ex Generation X- en Sigue Sigue Sputnik-bassist Tony James en de groep wordt gecompleteerd door de gitaristen Tim Bricheno (ex-All About Eve) en Andreas Bruhn. In die bezetting wordt “VISION THING” gemaakt, een uitstekende plaat die de beste elementen van de voorgaande Sisters-incarnaties in zich verenigt.

In ’90 beginnen The Sisters Of Mercy voor het eerst in vijf jaar aan een wereldtournee, die voor een twaalftal Amerikaanse optredens in een spectaculaire double bill met Public Enemy wordt uitgevoerd en die wordt gevolgd door de commerciële zet “SOME GIRLS WANDER BY MISTAKE”, waarop alle (moeilijk verkrijgbare) singles en EP’s uit de begindagen van de groep verzameld zijn. In ’92 duikt Bruhn op in zijn eigen formatie Broon. The Mission, inmiddels gereduceerd tot halfbakken soloproject van Hussey, blijkt het spoor dan allang bijster getuige het introspectieve Masque, waarop enerzijds met moderne dansritmes en noisepop wordt gestoeid en anderzijds de folk aan een gothische invalshoek wordt geholpen. Het resultaat doet oubollig en gezichtsloos aan. Gedurende ’93 werkt Hussey, zelfs verlaten door zijn trouwste compaan Adams, met nieuwe muzikanten (gitarist Mark Gemini Thwaite, bassist Andy Hobson en toetsenman Rik Carter) aan nieuw materiaal.