Simple Minds

In januari 1978 worden de Simple Minds opgericht in het Shotse Glasgow. Bij de start bestaat de band uit zanger Jim Kerr, gitarist Charlie Burchill, drummer Brian McGee (allen ex-Johnny & The Self Abusers), tweede gitarist Duncan Barnwell en bassist Derek Forbes. De kernleden Kerr en Burchill delen een voorkeur voor de art- en glamrock van de vroege jaren zeventig alsmede de Duitse avant-garde uit die tijd. Met toetsenman Michael MacNeil als vervanger van Barnwell maken ze “LIFE IN A DAY”, een nogal pathetisch new wave-album. “REAL TO REAL CACOPHONY” laat de eerste trekken van een eigen geluid horen dat op “EMPIRES AND DANCE” eindelijk vorm krijgt.

Een breed aangezet, soms symfonisch klankdecor dat wordt gestut door een stevige dansbeat. In zijn schetsmatige en kaleidoscopische teksten verwerkt Kerr zijn indrukken van het reizen en de mensen die hij ontmoet. Een eerste hang naar mystiek wordt hoorbaar. Op het door Steve Hillage geproduceerde “SONS AND FASCINATION”, aanvankelijk met “SISTER FEELINGS CALL” verschenen als dubbelalbum, gaat de groep steeds beter in haar huid passen en geeft ze een imponerende getuigenis van de vele indrukken die ze tijdens het toeren als een spons opzuigt. Tevens begint hun eigen Schotse identiteit steeds duidelijker door te sijpelen. Na “SISTER FEELINGS CALL” stapt McGee op, moe van het toeren. Later is hij samen met Forbes te vinden in het gereviseerde Propaganda, een van oorsprong Duitse groep die met “1234” een plaat maakt met een hoog synthesizergehalte.

Na de drummende tussenpausjes Kenny Hyslop en Mike Ogletree treedt Mel Gaynor als vaste slagwerker toe. Plotseling betekent Promised You A Miracle, voorjaar ’82, een doorbraak naar het grote publiek, net op het moment dat het vijftal zich heeft verzoend met de status van gewaardeerde cultband. In september verschijnt het absolute meesterwerk “NEW GOLD DREAM (81-82-83-84)”. Het is een indrukwekkende verzameling songs waarin Kerr lucht geeft aan zijn romantische inborst. Tegenover het cynisme van het doemdenken stelt de groep het licht van de hoop, een bijna religieuze of beter mystieke hang naar eenheid die de Simple Minds vaak met U2 en Echo And The Bunnymen vergeleken doet worden.

De Simple Minds toeren vaak en lang. Begin ’84 volgt het door Steve Lillywhite geproduceerde “SPARKLE IN THE RAIN”, dat wordt omschreven als de verbinding tussen de big beat van “SONS AND FASCINATION” en het etherische karakter van “NEW GOLD DREAM (81-82-83-84)”. Kerr trouwt dat zelfde jaar met Pretender-zangeres Chrissie Hynde. Een Amerikaanse toer in het voorprogramma van The Pretenders legt de basis voor de Simple Minds-doorbraak in de Verenigde Staten, die voorjaar ’85 geforceerd wordt met de single Don’t You (Forget About Me) uit de soundtrack van de film The Breakfast Club.

Dit nummer 1-succes van de niet door Simple Minds zelf geschreven song leidt eveneens tot hitnoteringen in Europa. In juli ’85 treden de Simple Minds in Philadelphia aan op het Live Aid-spektakel. De Simple Minds zijn in navolging van hun vrienden van U2 vastbesloten om hun pasverworven machtspositie op de Amerikaanse markt te verstevigen en contracteren voor de productie van “ONCE UPON A TIME” Jimmy Iovine. “ONCE UPON A TIME” bevat op de Amerikaanse radio toegesneden theatrale rock met sterke melodieën en de new American dream van de Simple Minds, waarin bassist Derek Forbes vervangen is door de van Peter Gabriel bekende John Giblin.

“ONCE UPON A TIME” wordt in elk land waar het is uitgebracht goud of platina. De pers ziet in de messiaanse Kerr een valse profeet, maar overal is de band inmiddels razend populair, hetgeen bevestigd wordt door de verkoopcijfers van “LIVE IN THE CITY OF LIGHT”, een live-dubbelelpee. Na “LIVE IN THE CITY OF LIGHT” last Kerr weer een bezinningspauze in. De Simple Minds laten eigenlijk alleen van zich horen op het Nelson Mandela-Tribute in Londen, zomer ’88. In deze retrospectieve periode wordt op zowel het persoonlijke als het muzikale vlak de balans opgemaakt.

Kerr en Hynde besluiten te scheiden, terwijl de Simple Minds door muzikale overwegingen gereduceerd wordt tot een trio: de oude vrienden Burchill, MacNeil en Kerr. Het controversiële, maar uiterst fraaie Belfast Child luidt met succes een nieuwe fase in. “STREET FIGHTING YEARS” is een gedifferentieerd maar onevenwichtig album, dat door de critici al even verschillend wordt ontvangen. Het gigantische kassucces “STREET FIGHTING YEARS”, geproduceerd door Trevor Horn en Steven Lipson, klinkt uitermate commercieel en neemt met veel dynamiek afstand van de eendimensionale Amerikaanse radiorock van “ONCE UPON A TIME”.

MacNeil verlaat daarna om persoonlijke redenen de groep, waarvan voorjaar ’91 “REAL LIFE” verschijnt. De muziekpers heeft er nauwelijks een goed woord voor over. Toch is de bonte en gedegen mainstreampop van “REAL LIFE”, in Nederland binnen één week goed voor goud, aanzienlijk evenwichtiger dan “STREET FIGHTING YEARS”, ook al verliezen Kerr en Burchill, bijgestaan door o.a. Gaynor, Foster, Peter John Vettese (toetsen) en de bevriende Amsterdamse biograaf Alfred Bos (gitaar), zich af en toe nog in bombast.

Mel Gaynor Burchill en Kerr, die inmiddels hertrouwd is met zangeres/actrice Patsy Kensit, werken vanaf eind ’92 aan het doortimmerde, enigszins eenvormige “GOOD NEWS FROM THE NEXT WORLD” dat in januari ’95 verschijnt en een sterk uiteenlopende journalistieke ontvangst kent. De mainstream-poprocksongs met symfotic en te hoog bombastgehalte zijn voorzien van een glossy productie van oude bekende Keith Forsey en bieden niets nieuws. Wel scoren de Simple Minds met het majestueuze She’s A River een nieuwe Nederlandse hit. Voorjaar ’95 staan Burchill en Kerr met de sessiemusici Mark Taylor (toetsen), Malcolm Foster (bas) en Mark Schulman (drums) in een uitverkochte Statenhal in Den Haag, waar ze veel oud werk spelen. De Simple Minds werken daarna in alle stilte aan een opvolger van “GOOD NEWS FROM THE NEXT WORLD”. Het album, bestemd om uitgebracht door een ander label, staat gepland voor september ’97, maar de band haalt de deadline niet. Wel brengen Kerr c.s. een deel van het nieuwe materiaal tijdens een Duits festivaloptreden, zomer ’97. “CELEBRATION” is een voortreffelijke compilatie van de eerste drie, door John Leckie geproduceerde, albums.

De in een gelimiteerde oplage verschenen box “THEMES” bevat gewone nummers, 12 inch-remixen, instrumentale versies, live-opnames en andere curiosa uit de periode maart ’79 tot mei ’90. Het eind ’92 verschenen “GLITTERING PRIZE” is een representatieve verzameling songs die de succesperiode ’81-’92 bestrijkt. In Engeland bezet “GLITTERING PRIZE” drie weken de eerste positie in de albumlijsten. De gelijknamige video, een mix van live-opnamen en videoclips, kent een iets afwijkende song-samenstelling en enkele vraaggesprekjes.