Men At Work

In een recordtempo werkt Men At Work zich op tot de meest succesvolle popgroep die Australië in de vroege jaren tachtig oplevert. Belangrijkste man is zanger/componist Colin Hay, die met zijn hoge stemgeluid een stempel drukt op het Police-achtige geluid van de groep. In ’67, hij is dan veertien, emigreert hij vanuit Schotland naar Australië. Bij zijn werk als bankbediende ontmoet hij Ron Strykert, met wie hij als akoestisch duo in Melbourne gaat optreden. Daar treffen ze de overige leden van Men At Work, die in ’79 wordt opgericht. Tot en met ’81 genieten ze alleen bekendheid in eigen land, totdat de singles Down Under en Who Can It Be Now in ’82 voor een Nederlandse, en een jaar later voor de internationale doorbraak zorgen.

“BUSINESS AS USUAL” biedt een verzameling melodieuze rocksongs met reggae-invloeden en staat maandenlang bovenaan in de Nederlandse, Engelse en Amerikaanse elpeelijsten. Hoewel de muziek allesbehalve vernieuwend is bevat ook “CARGO”, die vóór “BUSINESS AS USUAL” is opgenomen, pretentieloze pop met een constante kwaliteit en wordt met de daarvan getrokken singles Overkill en It’s A Mistake het hitsucces in iets mindere mate gecontinueerd.

Daarna wordt het enige tijd stil rond Men At Work, totdat in de zomer van ’85 “TWO HEARTS” verschijnt, voorafgegaan door de single Everything I Need. Het oorspronkelijke vijfmanschap blijkt ingedikt tot het trio Hay/Strykert/Ham, waarbij de plaats van bassist John Rees en drummer Jerry Speiser op “TWO HEARTS” respectievelijk wordt ingenomen door studiokrachten Jeremy Alsop en Mark Kennedy. Door het veelvuldig gebruik van drumcomputers in de nog verder gestroomlijnde songstructuren legt de laatste zich vooral toe op percussie.