Cocteau Twins

Vernoemd naar een oud nummer uit het live-repertoire van de “The Simple Minds” worden de Cocteau Twins herfst 1981 geboren in het Schotse industriestadje Grangemouth. De Twins maken muziek die refereert aan zowel The Cure als Siouxsie And The Banshees, maar toch een zeer kenmerkend eigen geluid heeft. Dat wordt aanvankelijk ontleend aan Elizabeth Fraser smartelijk vibrato en Robin Guthrie’s multigelaagde gitaarwaaiers, die samen met Will Heggie’s dwalende baslijnen en een echoënde ritmebox een uniek sfeerbeeld oproepen, zoals dat is vastgelegd op het album “GARLANDS” dat juni 1982 verschijnt op het Londense 4AD-label.

Het is een uiterst fraai debuut dat ogenblikkelijk onder internationale lof bedolven wordt en maandenlang de onafhankelijke hitlijsten domineert. Na een wat moeizaam verlopende periode, waarin de 12 inches Lullabies (september ’82) en Peppermint Pig (maart ’83) te lijden hebben onder de door het plotselinge succes veroorzaakte interne spanningen en Heggie om dezelfde redenen de band verlaat, wordt de populariteit van het resterende duo verstevigd met het album “HEAD OVER HEELS” (augustus ’83).

Couteau Twins De plaat, waarop de ritmebox is vervangen door een aanmerkelijk meer mogelijkheden biedende drumcomputer en Guthrie ook de bas hanteert, vormt samen met de 12 inches Sunburst And Snowblind (september ’83) en Pearly-Dewdrops Drop (april ’84) een interessante maar nog niet helemaal geslaagde overgang naar het verlossende album “TREASURE” (oktober ’84), een voorlopig hoogtepunt. Rust en romantiek hebben dan de plaats ingenomen van weemoed en verlangen, en de nu volledig trillingsvrije stem van Fraser bezit een Kate Bush-zuivere helderheid. Minstens even prachtig zijn de bijdragen van de sinds december ’83 met ex Drowning Craze-instrumentalist Simon Raymonde versterkte Twins aan “IT’LL END IN TEARS” van This Mortal Coil, een project van 4AD-labelbaas Ivo Watts, waaraan leden van vrijwel alle bij hem onder contract staande bands deelnemen. De climax van deze ijle sfeerplaat met veel covers is de door Fraser gezongen interpretatie van Tim Buckley’s Song To The Siren, die een jaar eerder als 12 inch al grote indruk maakt en voor internationale bekendheid zorgt.

De Twins richten zich in ’85 op het kleinere werk met de release van drie EP’s, Aikea-Guinea (maart), Tiny Dynamine en Echoes In A Shallow Bay (beide oktober), waarop Fraser wederom haar fantasie(vocalen) etaleert. Het gereedkomen van de Cocteau-studio in Londen leidt tot een verhoogde produktiviteit. In april ’86 verschijnt allereerst het akoestische “VICTORIALAND”, waarop slechts de stem van Fraser en de gitaar van Guthrie te horen zijn. Door het ontbreken van toppen neigen de transparante klanken naar new age-muziek.

Elizabeth Fraser Pas september ’88 verschijnt het in een onhandige hoes gestoken “BLUE BELL KNOLL”, dat de scheiding der geesten in het kamp der critici aanwakkert. De een heeft het over een wezenloze klankcinema, de ander over hemelse melancholiek. Na een stille periode, waarin Guthrie en Fraser in de vorm van Lucy Belle gezinsuitbreiding krijgen, komen de Cocteau Twins in augustus ’90 met “HEAVEN OR LAS VEGAS”, waarop gekozen is voor een meer songgerichte aanpak. Met hemels resultaat. Vol liefde bezingt Fraser haar baby, die het ouderpaar meer dan ooit leert relativeren. Optredens zijn ook geen martelgang meer, beweert Fraser, die vroeger met doodsangst in de ogen op het podium stond, in interviews. En zowaar. Na vijf jaar gaat de groep weer op tournee, die haar zelfs naar Las Vegas brengt. In oktober ’90 staan de Twins, aangevuld met de Brit Ben Blakeman (gitaar) en de Japanner Mitsuo Tate (gitaar) in Nijmegen en Utrecht met een even statische als ijle antishow. Voorjaar ’91 kondigen de Cocteau Twins aan dat ze het 4AD-label verlaten.